Ervaringen

Paul Vesters

Jij vindt het ook leuk, he!

Loes en Hedwig treffen elkaar vaak in uitspanning de Zeven Geitjes in Tilburg. Een prima plek om samen een kopje koffie te drinken en een praatje te maken. Eenmaal per twee weken zien zij elkaar. Dat is tot wederzijds genoegen. Alles kan, niets moet.

Nadat Loes via haar begeleiding geïnformeerd werd over het bestaan van de vriendendienst, duurde het nog geruime tijd voordat ze ook werkelijk een maatje kreeg in de persoon van Hedwig. ”Na mijn opname in Waalwijk woonde ik weer alleen en had nog nooit van de vriendendienst gehoord. Ik had in het begin een ander contact, maar dat verliep niet zoals gewenst. Daarna heb ik een tijd op de aanmeldlijst gestaan. Ik had er eigenlijk al niet meer over nagedacht tot Hedwig in beeld kwam”. 

Voor Hedwig is dit het eerste maatjescontact. “Ik heb een kennismakingsgesprek gehad met een jonger persoon, maar ik bemerkte dat ik voor diegene geen maatje zou kunnen zijn. Ik ervaar in contact met een ouder iemand meer rust, en dat komt het samenzijn ten goede.”

1x per 14 dagen

“We spreken nu 1x per 14 dagen af en dat is goed zo”, zegt Loes. “Meestal op dinsdag, maar dat kan verschuiven. Dit is een heel ander contact dan het behandelcontact met een behandelaar of begeleider. Ik kan hier soms meer vertellen dan tegen mijn behandelaar. Ik kijk steeds erg uit naar onze afspraak”. 

Het contact bevalt beiden erg goed. “Onze band is gegroeid”, aldus Hedwig. “Zonder al te ver in elkaars leven te duiken, weten we best een en ander van elkaar. We praten soms ook over onze eigen achtergrond, al gebeurt dat altijd op gepaste afstand”. “We hebben niet alleen serieuze gesprekken, we lachen ook heel wat af”, vult Loes aan.

Steun

“Het contact en de gesprekken die we hebben steunen me echt”, schetst Loes de waarde die het contact voor haar heeft. “In de afgelopen periode zijn er ook wel moeilijke periodes geweest, als het eens wat minder ging. Dan ben ik bang dat mijn angsten weer terugkomen. Vanuit onze wederzijdse ervaringen herkennen we veel en kunnen we er goed over praten”.
Hedwig bevestigt dit: “Ik ben opgegroeid in een erg onveilige gezinssituatie.  Dat heeft veel consequenties gehad voor mijn latere leven, o.a. voor mijn zelfgevoel. Ik weet wat het is om jezelf anders dan (de) anderen te voelen. Hoe verleidelijk het is om jezelf dan een etiket op te (laten) plakken. En wat het is om, buiten het korte moment van rust (want het is op dat moment erkenning van de problemen die je ervaart), juist daardoor het contact met jezelf te verliezen. En met je gevoel van eigenwaarde. Ik ben bekend met ‘gekte’ ”.

Beiden benadrukken dat een contact buiten het directe kleine kringetje van de psychiatrie waardevol kan zijn. Loes vanuit haar huidige ervaring met het maatjescontact. Hedwig vanuit haar standpunt dat zo’n contact mede bij kan dragen aan het op een kier zetten van de poort van de gevangenis die zelfstigmatisering heet. In ons contact zijn we twee volwassen mensen die naast elkaar staan, en een stukje met elkaar meegaan, in waardigheid en volheid. Het is precies goed zoals het is, met alles wat er op dat moment tussen ons is; op het terras bij de 7 Geitjes of wandelend in de Warande. Ik geniet van die momenten.

Hedwig is geen regelmatige bezoeker van de bijeenkomsten voor vrijwilligers. “Ik vind daar mijn eigen weg wel in, maar als er iets zou zijn, zoek ik zeker contact met de coördinator”. Samen bezochten ze wel een avond over stigmatisering, Photovoice, die georganiseerd werd. Voor beiden een waardevolle ervaring.